of Het klein Insectenboek.
Gelezen? Het origineel dan? Met onversaagde held Erik? Vast wel. Ho, wacht, nu niet meteen wegsurfen naar de site van de zoveelste Nederlandsche canon om dit meesterwerk te gaan redden van de vergetelheid door het in een lijstje te kwakken. Dat werkt niet en ja, er zíjn al mensen die denken dat je dat uitspreekt als kennun, maar dit geheel terzijde.
Af en toe voel ik me een beetje als Erik, tussen al die vreemdsoortige medeschepselen evolutieproducten. Ik zie vooral mieren om me heen, die braaf meesjouwend achter de rest aanwriemelen. Als er ergens in de rij al eens iemand even stopt en een kritische vraag stelt, of het allemaal wel zinvol is, wordt’ie snel tot de orde geroepen. “Niet zeuren, we hebben haast, het werk moet af!”, blaft een miertjesputter. Een andere, gefrustreerde, mier, ooit zelf zo dom lastige vragen te stellen en nu moe van alle weerstand die het opriep, voegt toe: “Zelfs als het niet nodig blijkt, kwaad kan het nooit. Dus ga nou maar door en doe niet zo moeilijk. Sluit gauw weer ergens aan, er is werk aan de winkel!”
Niet zo moeilijk te zien dat de sjouwers, niet gehinderd door al teveel levensbeschouwing, al snel vooraan in de rij te vinden zijn en de ‘lastposten’ nahijgend van hun gevraag de hekken sluiten. Een heel goede vriend van me heeft zijn eigen verzet ook al gedeeltelijk -en vrijwillig- opgegeven. Hoewel bijzonder snugger, scherpzinnig en zich bevindend in een hoekje van de maatschappij waarvan zelfs nog geduld wordt dat er af en toe kritische geluiden uit opstijgen, doet hij vrolijk mee aan het herhalen van de standaard boodschap, in de hoop zo verder vooruit te komen. Het ergste is, het gaat hem lukken. Niet erg voor hem, want wie vooraan loopt heeft privileges, invloed, status. Wél erg voor diegenen die zijn zoals hij wás, hem bewonderden om zijn originele gedachten, zijn compromisloze mening en scherpe observaties. Wél erg voor de mieren, waarvan -behalve Erik, die van hoog boven de rij mieren ziet dat ze nergens heengaan en steeds in hetzelfde kringetje blijven lopen met een toenemende last- steeds minder mieren in de rij reppen, waarmee de hoop op een andere koers kleiner en kleiner wordt. Waarin iedereen zo doordrongen is van de boodschap, dat ze bij het horen van een woord als Klimaatsurfen alleen nog denken: O jee, meer onheil, harder werken! Het Grote Gevaar ligt op de loer.
Aan de inhoud van de term klimaatsurfen komen ze allang niet meer toe. Te druk om te googlen zeg maar.
Ik weet dat ik op meer en meer weerstand zal stuiten als ik stug blijf volhouden dat ‘ze gek geworden zijn’. Meer en meer mieren zullen me trachten te corrigeren. Thát many millions can’t be wrong, right? Wrong. They can, they have been, they are and they will be. History repeating.
Ik hou me vast aan de hoop dat het voor mensen zoals mijn vriend niet te laat is, dat ze op een dag de kracht weer vinden hun eigen geluid te laten horen en de drang naar erbijhoren, invloed en status weer inruilen voor een leven vol eigenheid en originaliteit. Rijk, maar dan op een andere manier.
Eindelijk een zinvolle toepassing van het door velen zo gehate mobieltje (tenminste, in de handen van anderen, die kennelijk altijd slechthorend zijn, geen smaak hebben qua ringtone en gesprekken voeren die echt helemaal nergens over gaan. Wijzelf doen dat natuurlijk nooit.): mobielwerpen!
Slim bedacht door Hi! om dat ook in Nederland te organiseren. Er is zelfs al een heus Wereldkampioenschap van. Het Nederlands record staat nu op 78 meter nog iets. Naast het klassieke ver-werpen is er ook een onderdeel Freestyle, waarbij de worp wordt beoordeeld op esthetiek en technische moeilijkheid.
What’s next? Het WK TomTomTrappen? iPodkegelen? U zegt het maar.
Weer een knap staaltje prutswerk en daarmee weer een typisch voorbeeld waarom bedrijven/overheden ICT-zaken moeten overlaten aan ICT-experts: De australische overheid betaalde liefst 50 miljoen euro voor een ‘pornofilter’ dat ouders de contrôle over de pc waarop hun kind zit te viezerikken moet teruggeven.
Tom Wood, een 16-jarige knul, had maar liefst een half uur nodig om het ding te kraken en dan nog zo dat het voor de ouder leek alsof het filter nog altijd keurig in werking was. Over blamage gesproken. Volgens hem stelde het dan ook niks voor, elk kind had hetzelfde voor elkaar kunnen krijgen, aldus Tom, die wat mij betreft meteen hoofd automatisering mag worden bij de overheid daar. Hoe krijg je in godsnaam 50 miljoen weggewerkt met dit als resultaat vraag je je af. Ben heel benieuwd of we nog te horen krijgen welke firma’s het werk geleverd hebben.
PS. Direct na de ontdekking besloot de overheid hun B-keus in te zetten. Die bleek stukken beter, deze keer kostte het Tommie liefst veertig minuten om het filter te omzeilen.
Dat kleine hondjes kuttenlikkertjes genoemd worden is niet geheel en louter toeval. En dat onder de grotere modellen van de mannelijke kunne exemplaren zijn die, geheel vrijwillig, niet slechts óp de dekens van eenzame vrijsters troost bieden zal ook niet iedereen onbekend zijn. (Wel voorzichtig zijn dames, want waar bij mensen het verhaal dat twee mensen ‘vacuum’ op elkaar komen te zitten 100% een bolletje bonobo is, heeft Woef een zwellichaam dat wél voor problemen kan zorgen, even los nog van het risico van een love-bite.) Een enkeling kan getuigen van intieme genegenheid tussen Shetland-ponies en stevig gebouwde jongedames, maar daar houdt het wel op met de bekende excessen van de dierenliefde.

Gelukkig is een mens nooit te oud om te leren. Vandaag leren wij dat ook de kameel zijn mannetje staat als het eropaan komt. Een verveelde zestigjarige taart in Australië kreeg een heuse babykameel cadeau. Ze voedde het schatje op als huisdier, wat niet zo’n briljant idee bleek toen de politie haar onlangs aantrof in geplette buikligging met haar kameel innig bovenop. 150+ kilo onstuimige puberkameel (10 maanden) was iets meer dan ze kon verdragen, en nu is de 60-jarige niet meer. Er waren al signalen dat Humpy een veelbelovend libido ontwikkelde, de huisgeit was al meerdere malen tenauwernood aan een rondje camelrape tot de dood erop volgt ontsnapt. U wist het al: Love Hurts. (Geheel onverantwoord en pervers vraag ik me nu af of Timi Yuro soortgelijke voorkennis had toen ze dit plaatje maakte. Whole lotta woman, gotto admit…)
Edit: Ik was zó verpletterd door het nieuws dat ik Tmimi Yuro geheel ten onrechte heb opgevoerd als vertolker van ‘Love Hurts’. Dom natuurlijk, u had dat al lang door. Nou ja, ze staat er, laat maar hangen.
Het is 1977. Ik ben negen jaar oud en heb nog echte krullen. Nog twee jaar en de full scale puberoorlog met broerlief, die dan 11 is, zal in volle hevigheid losbarsten. De voorbodes zijn er al, maar er is nog iets dat sterker is dan de rivaliteit en diepgevoelde wederzijdse haat. Iets dat ons een half uur lang stil krijgt en tot een tijdelijke twee-eenheid smeedt. In retrospect vermoed ik dat die rust van de kortdurende adempauze voor mijn moeder de ergernis over de stompzinnigheid ervan overstijgt: Te Land, ter Zee en in de Lucht.
Verzuip in je Kuip, Vlieg er eens in, Fiets je Zak in de Prak, weet ik veel hoe het allemaal heette, het maakte ook niks uit. We vráten het. Veruit het populairst was Achteruitrijden, voornamelijk leunend op het feit dat een ouderwetse DAF een Variomatic automatische versnelling had, die de auto achteruit even hard kon laten rijden als vooruit zonder te sleutelen. Het ging ons nooit hard genoeg, de organisatie al snel wel, waarna ze van Zandvoort naar de ‘zandbak’ van Rosmalen verhuisden. Ik vraag me nu af hóe vervelend het als ouder is twee kinderen na zo’n uitzending nog dagenlang “Me gras, me gras!” te horen roepen, à la Meneer Neuteboom (André van Duin). Alweer een reden er niet aan te beginnen.
Het wás een dom programma, en behalve voor kinderen en zwakbegaafden moeilijk door te komen.
Maar het was 1977, het televisie-aanbod was heel krap, de budgetten laag, concurrentie: geen, en Eén van de Acht of Mies die Het Dorp opende waren tot dan toe het summum van goede televisie.
Het is zaterdag, 18 augustus 2007. Ik ben 39 jaar oud en ga nooit naar de kapper. Mijn broer en ik hebben elkaar al jaren niet eens meer gezien. We zijn niet van die familiemensen. Niemand eigenlijk in onze familie. Soit. Om ons nu nog bij elkaar te krijgen is heel wat meer nodig dan een televisie-programma. Ieder zijn eigen leven, en het is goed. (Gelukkig woont mijn broer in België, dus als er weer eens iemand clicheert “Ja maar je bent toch familie!”, dan brengt het antwoord “Hij woont in het buitenland” hem of haar wel tot zwijgen)
Mijn televisie biedt me keuze uit ruim 30 kanalen. Broerlief kan vast ook kiezen uit minimaal zoveel zenders, als ie al geen digitale televisie heeft en er veel meer heeft.
Televisie is zelfs mogelijk al over zijn hoogtijdagen heen, alles wat je bedenken kan is zo’n beetje al gemaakt en gezien. De concurrentie tussen de zenders is inmiddels zo groot en de spoeling zo dun dat meer dan de helft van het aanbod in de zomer bestaat uit eeuwige herhalingen.
Het is zaterdagavond, 19.00 uur. Het minst stompzinige programma rond dit tijdstip is -godbetert- Te Land ter Zee en in de Lucht. Tobbedansen. Niet eens een herhaling geloof ik. De formule is vrijwel 100% hetzelfde gebleven, alleen het commentaar is nog veel slechter dan dertig jaar geleden. Van Duin is hem ook al gepeerd. De te winnen prijzen zijn van het niveau Peppi en Kokkie: een beautykoffer, een barbecue of een B-kwaliteit opblaaspop denk ik.
Ik besluit NIET te gaan kijken en start een potje online poker. Glimlachend realiseer ik me dat op een krappe honderd kilometer hier vandaan mijn broer -mits hij thuis is en tijd heeft, met vrouw en vier kinderen geen vanzelfsprekendheid- op zijn minst ook heeft overwogen in arrenmoede de televisie dan maar op Nederland 1 te zetten. Als hij daadwerkelijk heeft gekeken zal hij, desgevraagd, zijn jongens als goed excuus opvoeren. Maar ik weet wel beter.
Wie is er niet gevoelig voor, leuke kleine hebbedingetjes. Van die gadgets waar je eigenlijk geen ruk aan hebt, maar die wel een erg hoge fun-factor hebben, er prachtig uitzien en leuk zijn om mee te spelen. Homo ludens ten voeten uit. Het oeroude fröbel-ei is ook met zijn tijd meegegaan en dus heeft het moderne equivalent een usb-aansluiting of bloetoes.
Een hele collectie usb-speeltjes variërend van ‘verdedigbare aanschaf’ tot volledig onverantwoord is te vinden op nl.getusb.info. De meest recente bijdrage in de categorie ‘compleet debiel dus bij uitstek geschikt voor een verjaardag’ vind ik deze idiote usb-hamster:

Zou nog best eens verslavend kunnen werken zo’n dom ding. Een beetje freak bouwt er vervolgens een odometer, toerenteller en een metertje voor per sessie en in totaal gelopen kilometers omheen.
En oja, een beetje in lijn met het recente blogje over batterieangetriebene Schlafzimmergenüßobjekte: er is ook al een plethora aan usb-gevoede pretstokken en aanverwante artikelen te koop, alleen vind je die niet op deze site. En, eerlijk gezegd, zoals deze industrie eigen lijkt, echt fantasievol is het allemaal nog niet, veelal komt het niet verder dan dat de USB-aansluiting de batterijen vervangt. Maar goed, om nou te zeggen dat bijvoorbeeld de iPhone zo wereldschokkend vernieuwend is… Alleen kan ik me veel spannender toepassingen bedenken voor computergekoppelde bibbergizmo’s.
Voor de zekerheid vertel ik er maar even bij dat (helaas helaas) het meeste van dit speelgoed hoogstwaarschijnlijk windopes-only is. Echte computermannen doen niet aan fun (kijk maar naar die vierkante brillen van ze, dan weet je genoeg!)
Voor het eerst sinds ik in Oosterhout woon een heuse stroomstoring beleefd vandaag. De hele straat zonder prik, gedurende een uur of twee. Best raar eigenlijk. Zelfs warm douchen kan je niet (tenzij je zoals wij een redelijke boiler in de ketel hebben zitten die gelukkig ook zonder stroom aangesproken wordt) en de percolator op het fornuis in plaats van een bakkie Senseo. Veel winkels dicht, de rest pikdonker natuurlijk. Voor de zekerheid de stekkers van de electronische apparaten maar uit het contact getrokken, het grootste risico loop je tenslotte zodra de stroom weer wordt ingeschakeld. Jammer dat het klote-orgel zijn eigen energievoorziening meetorst en de rust weer verpest. Nicky had weer de kans een leuke wisecrack te maken tegen de marktkoopman die haar probeerde twee kilo druiven aan te smeren met de opmerking: o maar die blijven wel goed, in de koelkast. Vul zelf maar aan…
De overweging voor de toekomst de hometrainer maar met een flinke dynamo uit te rusten heb ik meteen maar verworpen; gisteren haalde ik op de beulfiets in het UMC (inspanningstest vanwege de rikketik) nauwelijks een paar minuutjes, met minimale weerstand. Daar ga ik nog geen half kopje Senseo mee bijmekaar trappen. Misschien dat ik verder kom met een apparaat dat het lawaai van mijn gesnurk omzet in electriciteit. Enfin, we zijn weer ‘in de lucht’. Laten we deze week eens voor de vorm leuk gaan klagen bij Essent. Hebben ze daar ook weer wat te doen. Eens zien wat voor drama’s we kunnen verzinnen. Opa in zijn ijzeren long, voor vijfduizend euro aan koikarpers de pijp uit, ja dat gaat wel lukken.
We zijn belazerd! De gemiddelde prijs van al die sexartikelen die u allemaal niet heeft gekocht bij al die goedlopende verzendhuizen en erotiekshops blijkt een slordige 2000 (tweeduizend) procent duurder te zijn dan nodig. Kennelijk is het de markt ook hier gelukt -ik vermoed op importeursniveau- goede prijsafspraken te maken. Echt verbaasd ben ik niet. Als je de kwaliteit van die rommel ziet, weet je zo ook wel dat meneer Tarzan geen honderd euro mag kosten. Maar ja, het blijft in de besmuikte hoek, dus wie begint er over hè?
Een duits logistiek bedrijf is nu gestart met de internet-verkoop van sextoys tegen veel reëlere prijzen. Helaas verkopen ze het spul vooralsnog alleen in Duitsland en Oostenrijk. Benieuwd wie hier in Nederland de latex handschoen oppakt en ook onze markt gaat voorzien van betaalbare bedpret. Ik vrees dat ze hier trouwens weinig zullen slijten, het is echt een hele klus om van een kubieke meter batterijvreters af te komen hoor, alle dankbare en gretige familie, vrienden en bekenden ten spijt.
Arme Casper heeft een heel vies ontstoken plekje op zijn rug. Hij heeft er duidelijk last van, alle haren rondom de plek heeft ie in anderhalve dag weggelikt. Vermoedelijk is het het resultaat van een potje karweien met zijn vadsige lookalike uit de buurt. De heren zijn inmiddels aartsrivalen, beiden zijn niet van zins hun claims op het territorium te laten varen. Vandaag kwam er wel erg veel wondvocht uit poes, dus zijn we maar even naar de dierenarts geweest met meneer. Dokje vermoedt ook een ordinaire wond, maar maande ons goed te blijven letten op de wondgenezing, aangezien het ook iets serieuzers kan zijn. Wat een opsteker is voor veel katten-eigenaren: ze hebben tegenwoordig in plaats van pillenkuurtjes die vervelend zijn voor de poes en zo mogelijk nog rampzaliger voor de eigenaar (hè mam?) ook antibiotica in injectievorm, waarbij één toediening volstaat voor twee weken en je dus verder geen omkijken meer hebt en gegarandeerd de kuur afmaakt. Toegegeven, het is duurder dan de pillen, maar wij hebben er geen moment over geaarzeld (pillen kwamen op ongeveer 10 euro, de injectie een kleine 30 [poes is aan de grote kant, gemiddeld schijnt het rond de 25 te zijn]). Rijk worden we toch niet en poes is in één klap van alles af. Met een fijn zalfje toe mocht ‘t heertje weer terug zijn reiskoffer in, wat altijd veel makkelijker gaat dan op de heenweg, als poes ineens over vijftien superlange poten met dito nagels lijkt te beschikken zodra de opening van het kooitje opdoemt.
Anyway, meneer is weer gekalmeerd, banjert weer als vanouds rond en is niet tot op het bot beledigd zo te zien.
Hopelijk is het hiermee opgelost en kunnen alle vieze kussens, dekbedovertrekken en besmeurde kledingstukken gauw in de was.
De film is nog niet uit in Nederland voor zover ik weet, maar hij is al wel te vinden op het net: Sicko, de jongste film van Michael Moore. De film gaat over de belabberde situatie in de medische zorg in de V.S. (torrent, engels, geen ondertitels)
De kracht van de film schuilt er in dat Moore niet de 50 miljoen (!) onverzekerden als onderwerp kiest, maar juist het failliet van de zorg voor ‘normaal’ verzekerden centraal stelt. In het kort is de realiteit als volgt: de verzekeraars proberen alles om geld in de zak te houden, de hele bedrijfsvoering lijkt gericht op het niet hoeven uitkeren van geld aan hun verzekerden. Moore toont uiteraard absurde en schrijnende gevallen om zijn visie te illustreren, en die liegen er niet om. Als schril contrast toont hij de collectieve zorgopzet in Canada, Engeland en Frankrijk. Geen kosten, zorg voor iedereen, ongeacht achtergrond en inkomen. Kosten naar draagkracht, zorg naar behoefte. Er valt genoeg te lachen in de docu overigens, als Michael ontdekt hoe ver de zorgzaamheid in de genoemde landen gaat.
Het lachen vergaat je overigens wel als je vervolgens, terug in The States, getuige bent van het dumpen van patiënten door ziekenhuizen, op de stoep van opvangcentra voor kanslozen. Letterlijk dus, taxi ingepropt, nog gehuld in ziekenhuiskleding, compleet gedesoriënteerd, en op de bestemming de auto uitgeduwd. Met botbreuken, infusen en wat niet meer. Typisch Moore is de cowboy-actie om met enkele tientallen pechvogels in een aantal bootjes naar Guantanamo Bay te varen, nadat hij ons beelden toont waaruit blijkt hoe goed de medische zorg voor de gevangenen aldaar is, in de hoop ook ‘zijn’ patiënten te kunnen laten verzorgen. Uiteraard is hij niet welkom. Hij vaart door met zijn kudde die uiteindelijk in (V.S.’ aartsvijand) Cuba voor allen gratis volledige behandeling en medicatie krijgt. Goedkoop effect of niet, het is wel shocking voor die mensen om te moeten ontdekken dat ze hier alles zo krijgen wat ze thuis onthouden is.
Wat me het meest dwars zit na het zien van deze film is de vaststelling dat Nederland, hoewel nog niet zo ver als Amerika, een van de weinige westerse landen is dat dezelfde ontwikkeling doormaakt als de V.S. Moores conclusie: Zijn overheid heeft als basisgedachte: maak mensen bang en demoraliseer ze, dat houdt het machtsevenwicht waar ze het wil zien.
Solidariteit is kennelijk niet meer interessant, de mentaliteit van ieder voor zich gedijt hier veel te goed. We hebben de gezondheidszorg geprivatiseerd, de kosten blijven stijgen, er is geen premie naar draagkracht meer, meer en meer behandelingen verhuizen naar de pluspakketten en de verzekeraars zijn hard bezig te zoeken naar methodes om risicodragers uit te sluiten of hen een hogere rekening te presenteren. Parallellen (die ook in de film terloops aan de orde komen) zijn kinderopvang, die in veel landen nog steeds gratis of tegen symbolische bedragen beschikbaar is en de kosten van een goede opleiding, die hier na een korte periode van volledige financiering door de overheid rap zijn teruggelegd op de schouders van de studerenden.
Nicky was na het zien voor het eerst heel duidelijk en stellig in de mening te overwegen of een leven elders niet het overwegen waard is, in een land dat meer zorg voor zijn ingezetenen biedt. Ik deel haar mening dat de zogenaamde zekerheden van een leven in Nederland eigenlijk ook geen ruk meer voorstellen. Ik heb zelf eerder geprobeerd te emigreren, en ben eveneens door mijn ziektekostenverzekeraar dwarsgezeten: men wilde alle medische kosten vergoeden, behalve eventueel noodzakelijk helicoptervervoer (iets dat in geval van nood een gegeven is als je op Gomera woont en het dichtstbijzijnde ziekenhuis op Tenerife ligt, op ongeveer een uur varen van ‘huis’).
Misschien moeten we nog eens kijken naar die plannen. Nu er een basisverzekering is gelden ook andere regels voor leven in het buitenland. Wie weet!
Hoe dan ook, de film laat je achter met een vieze smaak in de mond. Hoever mensen in groepsverband kunnen zakken is nooit leuk om te zien. Maar ook niet leuke films zijn soms goed voor de geest. Ik zou zeggen: kijken!
laatste reacties